Beter op weg: ergonomie en veiligheid in de auto

Ergobaby BeSafe

Terwijl sommigen van ons vroeger zonder gordel in de auto van onze ouders reden, wordt het kinderautostoeltje tegenwoordig beschouwd als een van de belangrijkste must-haves voor ouders in het wegverkeer. En dat is een goede zaak, want de wettelijke regeling heeft de veiligheid van kinderen tijdens een autorit aanzienlijk verbeterd. De basisregel is dat kinderen kleiner dan 1,35m in een goedgekeurd en passend kinderbeveiligingssysteem moeten zitten. Kinderen vanaf 1,35m en volwassenen moeten gebruik maken van de veiligheidsgordel.

Vereisten voor een kinderzitje

Daarom moet een kinderzitje aan de volgende drie eisen voldoen om het kind optimaal te beschermen:

1. het autostoeltje moet in Europa zijn goedgekeurd. De huidige normen zijn ECE R 44/03 (sinds 1995), ECE R 44/04 (sinds 2005) en UN R129 (“I-size”, sinds 2014). Deze informatie is te vinden op het oranje testzegel. Dit betekent echter ook dat zitplaatsen die volgens de oudere ECE-normen R44/01 en R44/02 zijn goedgekeurd, niet langer mogen worden gebruikt. Controleer het dus goed, stoelen volgens de laatste norm verdienen altijd de voorkeur!

2. het zitje moet geschikt zijn voor het gewicht en de grootte van het kind.

3. het zitje moet volgens de instructies van de fabrikant correct in de auto geïnstalleerd en het kind goed in het zitje vastgemaakt worden.

Katrin Ritter, verloskundige en babywearingsexpert, legt uit wat dit precies betekent en hoe je in het dagelijks leven voor de best mogelijke veiligheid in de auto kunt zorgen.

Hier is waar je op moet letten:

Bij aankoop:

– Koop, indien mogelijk, een nieuw autostoeltje om er zeker van te zijn dat er geen ongelukken mee gebeuren. Als u een tweedehands autostoeltje kunt kopen, kunt u dat het beste doen bij een bekende, betrouwbare bron, zoals vrienden of familie.

– De gebruikte stoel mag niet te oud zijn:

– Babyzitjes (bv. BeSafe iZi Go Modular X1 i-Size) mogen niet meer dan 3 keer achter elkaar worden gebruikt (niet langer dan 4-5 jaar).

– Gebruik zitjes van ongeveer 1-4 jaar alleen voor max. 2 kinderen (4-6 jaar maximaal).

– Gebruik zitjes van 4-12 jaar slechts voor 1 kind, aangezien de gebruiksduur zeer lang is.

– Ga altijd met de auto en het kind naar een speciaalzaak voor advies en om het stoeltje in de auto uit te proberen.

– Let op: Volgens de norm R 129 moeten baby’s ten minste tot het einde van de 15e levensmaand tegen de rijrichting in worden vervoerd.

Tijdens de installatie:

– Volg de gebruiksaanwijzing precies op, vermijd fouten, breng geen wijzigingen aan de stoel aan.

– Schakel de frontairbag altijd uit als u een baby- of kinderzitje (naar achteren gericht kinderzitje) op de passagiersstoel voorin installeert.

– Het kinderzitje moet stabiel en kantelbestendig zijn en mag niet wegglijden (gebruik alle bevestigingsmogelijkheden volgens de instructies).

– Het autostoeltje moet passen bij de verhoudingen van het kind en de auto (raadpleeg de typelijst van de autofabrikant).

– Het autostoeltje moet ergonomisch en comfortabel zijn (in het geval van kinderdraagzakken moet het hoofdje voldoende ruimte hebben om te groeien) en een ergonomische hoofd- (kin wordt niet tegen de borst gedrukt) en beenpositie (licht gehurkt) mogelijk maken. Bij oudere kinderen moeten de dijen voldoende ondersteund worden en mag er niets insnijden.

In beweging:

– Hoe meer rechtop het kind, hoe veiliger!

– Gesp het kind altijd zo strak mogelijk vast zonder jas, vermijd losse tuigjes en zorg ervoor dat het tuigje goed loopt: De schouderriemen moeten over de schouders zijn gecentreerd en de heupgordel moet zo laag mogelijk over de liezen zijn aangebracht.

– Controleer regelmatig het verloop van de riempjes en de hoogte van de hoofdsteun en pas ze aan de groei van het kind aan.

– Hoe kleiner het kind, hoe korter de reis: voor langere reizen, kies geschikte en comfortabele kleding die niet insnijdt.

– Let op UV-bescherming: 60-80 % van de UVA-stralen komt door het raam en kan huidkanker en oogletsel veroorzaken (gebruik zonweringen en geschikte folies).

– Vervoer geen scherpe, gevaarlijke en onbeveiligde dingen in de auto die het kind kunnen verwonden. Wees ook voorzichtig met groter en hard speelgoed; gebruik zachte stoffen boeken als activiteit.

Opmerking: Het kind moet zo lang mogelijk in een naar achteren gericht autostoeltje blijven rijden nadat het baby-autostoeltje is geïnstalleerd. Deze autostoeltjes worden reboarder genoemd en zijn vijf keer veiliger dan de klassieke, naar voren gerichte stoeltjes, omdat bij een ongeval de gevoelige halswervelkolom minder wordt belast. Een schokkerige voorwaartse beweging kan een gebroken nek en ernstige verwondingen veroorzaken, zelfs bij lage snelheden. Bij een reboarder absorbeert de zitschaal de energie en beschermt de wervelkolom en het lichaam. Maar gebruik altijd eerst een baby-autostoeltje na de geboorte en stap later over op een reboarder seat. Ook al zijn er zitjes die vanaf de geboorte zijn goedgekeurd, in de praktijk zijn ze niet geschikt voor pasgeborenen en niet voldoende aangepast aan hun behoeften.

Wij wensen u een goede en veilige reis!

RELATED POSTS

css.php